Brancheorganisaties ABU en NBBU

ABU en NBBU

De twee meest bekende brancheorganisaties van de uitzendbranche zijn de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) en de NBBU (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen).
De ABU is de oudste branchevereniging en is opgericht in 1961. De NBBU is gestart in 1994. De NBBU richt zich op de kleinere MKB-uitzenders, terwijl de ABU ook een aantal grote leden in haar bestand heeft. De ABU heeft ruim 500 leden en de NBBU heeft inmiddels meer dan 1000 leden.

De ABU en NBBU hebben ieder hun eigen CAO: leden van de NBBU volgen de CAO van de NBBU en leden van de ABU de CAO van de ABU. De CAO van de ABU is algemeen verbindend verklaard. Dit houdt in, dat uitzendondernemingen, die niet lid zijn van een branchevereniging, de CAO van de ABU moeten volgen.

Er zijn diverse verschillen tussen de CAO’s van de ABU. De belangrijkste verschillen zijn:

  • Fasensysteem: De ABU kent drie verschillende fases (fase A, B en C), terwijl de NBBU er vier heeft (fase 1, 2, 3 en 4). In fase A (78 gewerkte weken) en fase 1 en 2 (130 gewerkte weken) geldt het uitzendbeding, in fase B (2 jaar) en fase 3 (52 weken) contracten voor bepaalde tijd en in fase C en fase 4 een contract voor onbepaalde tijd.
  • De volgers van de CAO van de ABU kunnen de eerste 26 weken volgens de CAO van de ABU verlonen. Na 26 weken krijgen de uitzendkrachten uitbetaald volgens de CAO van de inlener (de opdrachtgever voor het werk). De leden van de NBBU volgen direct de CAO van de inlener als het gaat om de verloning van de uitzendkrachten.
  • NBBU-leden vullen de ziektewetuitkering (70% van het dagloon) van hun zieke uitzendkracht in fase 1 en 2 aan met 20%. De CAO van de ABU verplicht een aanvulling van 21% voor de zieke uitzendkracht in fase A.